De kerkzaal wordt overkapt door een eenvoudig
houten tongewelf. De luifels links en rechts aan
de voorzijde steunen op ijzeren zuiltjes en het
doophek rond de preekstoel zou uit de 18e eeuw
stammen en daarmee uit de vorige kerk komen.
Bijzonder fraai zijn de koperen boog over de doorgang
in het doophek alsmede de de koperen lezenaars.
Beide zijn eveneens afkomstig uit de vorige kerk en
stammen dus uit midden 18e eeuw.
Zij zijn uitgevoerd in Lodewijk XIV stijl.
De preekstoel, of kansel, met zeshoekige kuip en
klankbord, dateert uit de 17e eeuw. Deze is eveneens
afkomstig uit de vorige kerk.
Het orgel dateert van 1866 en werd gebouwd door de
Amsterdammers Flaes en Brünjes.
De decoratie toont een mengeling van Lodewijk XIV-
en Lodewijk XVI-achtige neo-ornamenten.
Het instrument heeft 2 bovenklavieren en een voetklavier.
Het orgel werd in 2000, na een grote inzamelingsactie in
het dorp, grotendeels gerestaureerd.
Deze werkzaamheden werden verricht door Flentrop Orgelbouw.
Aan de zijkant van het orgel is een plaquette aangebracht met
de namen van de schenkers en weldoeners die de restauratie
mogelijk hebben gemaakt.
De vier hanglampen zijn een samenvoeging van oude ijzeren
olielampen met pendel en uitgebreid met schalen die voorzien
zijn van opaalglas.
De zerkenvloer bestaat uit grafstenen uit de vorige kerk.
Zo zien we o.a. een steen van Jacob Jansen Koster en van
Johannes Henricus Snijder, geboren op Urk 30 november 1794
en overleden te Kwadijk op 12 april 1825.
Snijder was predikant in Kwadijk. Zijn naam staat ook vermeld
op de predikantenborden die de preekstoel aan beide zijden flankeren.